Chris Hoesen
Een jongen van tien, een galerijflat en de zomer van 1978.
Bestel het boekMike is tien. Hij woont vier hoog in de flat, met zijn lieve moeder, zijn broer Bobby, een vader die liever in de voetbalkantine zit.
Het is meivakantie 1978. Met zijn grote vriend Tonnie trekt hij vuilniszakken open op zoek naar speelgoed, drukt hij op alle knopjes van de lift en ontdekt hij dat je in de telefooncel gratis kunt bellen. Een taxi, een bos rozen, een bakker: iedereen krijgt een telefoontje. En dan is er Dees, zij vraagt of hij verkering met haar wil.
Maar er ligt ook een brief op tafel. Van het ziekenhuis. Drie weken Utrecht, precies als Oranje in Argentinië om de wereldtitel gaat spelen.
Een zomer vol streken, een eerste kus, prikken waar Mike doodsbang voor is, en een verhuizing waar niemand hem iets over verteld had. En aan het eind een gebroken ruit, die meer kapotmaakt dan alleen glas.
Geen mobieltjes, geen internet, twee uur kindertelevisie per week en een telefooncel op de hoek. Geschreven voor mijn kinderen en kleinkinderen. En voor iedereen die eind jaren zeventig ook weleens een taxi voor de buren belde.
Chris Hoesen (58) werkt veertig jaar in de zorg, maakt radio en schreef dit boek, zijn eerste, voor zijn kinderen en kleinkinderen. Het verhaal is voor 85% waar gebeurd.